
In het kort: Sinds 1 mei 2023 is een fietsvergoeding verplicht voor zowat elke werknemer in de privésector die met de fiets naar het werk komt. Het basisbedrag uit cao nr. 164 stijgt op 1 januari 2026 naar 0,30 euro per kilometer, voor maximaal 40 km heen en terug per dag. Fiscaal en sociaal is de vergoeding vrijgesteld tot 0,37 euro per kilometer in 2026, met een jaarplafond van 3.700 euro per werknemer. Betaalt u meer? Dan zijn op het surplus RSZ en bedrijfsvoorheffing verschuldigd.
Een medewerker stapt op de fiets, trapt twintig minuten naar de winkel en verwacht daar een vergoeding voor. Logisch. Sinds een paar jaar is het ook gewoon verplicht. Toch zien we nog elke maand werkgevers die denken dat het iets vrijblijvends is, een extraatje dat je geeft als je een goede bui hebt.
Dat klopt niet meer. En de bedragen veranderen elk jaar, wat het er niet makkelijker op maakt. Wat moet u in 2026 precies betalen? Vanaf welke afstand? En tot welk bedrag blijft het vrij van RSZ en belasting, zodat het u geen extra patronale lasten kost? We zetten het op een rij, met cijfers die kloppen en voorbeelden uit het echte leven.
De fietsvergoeding is een onkostenvergoeding die u betaalt aan werknemers die met de fiets naar het werk komen. Het idee is simpel: woon-werkverkeer kost geld, ook op de fiets, en de overheid wil dat aanmoedigen.
Het gaat om verplaatsingen tussen de woonplaats en het werk. Niet om beroepsverplaatsingen tijdens de dag, daar gelden andere regels voor. Een fiets, een elektrische fiets, een speed pedelec: allemaal komen ze in aanmerking. Zelfs een deel van het traject telt mee. Wie eerst tien kilometer fietst naar het station en dan de trein neemt, heeft recht op een fietsvergoeding voor die tien kilometer.
Wat veel werkgevers verrast: het bedrag staat los van wat de werknemer werkelijk uitgeeft. U betaalt per afgelegde kilometer, niet op basis van bonnetjes of slijtage. Een forfait dus, en dat maakt de administratie een stuk lichter.
Ja. Sinds 1 mei 2023. Dat is het keerpunt waar nog te weinig zaakvoerders bij stilstaan.
De collectieve arbeidsovereenkomst nr. 164 van de Nationale Arbeidsraad maakte de fietsvergoeding algemeen verplicht voor werknemers in de privésector. De voorwaarde: er bestaat geen sectorale of bedrijfsregeling die al iets voorziet. Met andere woorden, cao 164 is het vangnet. Heeft uw paritair comité een eigen, vaak hoger bedrag afgesproken, dan geldt dat. Is er niks geregeld, dan valt u terug op cao 164 en bent u verplicht te betalen.
Concreet betekent dit dat de meeste kleine werkgevers in horeca, retail en diensten onder cao 164 vallen, tenzij hun sector iets specifieks heeft. En neen, u kunt er niet onderuit met het argument dat niemand erom vraagt. Een werknemer die met de fiets komt en het bedrag opeist, staat juridisch sterk. Achterstallige vergoedingen kunnen tot vijf jaar terug worden gevorderd.
Een kapsalon in Hasselt leerde dat op de harde manier. Twee kapsters fietsten al jaren naar het werk, niemand had ooit een vergoeding gevraagd, tot er een vertrok en bij de eindafrekening plots drie jaar fietsvergoeding op tafel legde. De zaakvoerster moest nabetalen. Niet omdat ze kwaad wilde, maar omdat ze de regel simpelweg niet kende.
Het bedrag uit cao 164 wordt elk jaar geïndexeerd. Hier is de evolutie, en u ziet meteen waarom u oude cijfers niet mag laten staan in uw loonsoftware:
Vanaf 1 januari 2026 betaalt u dus 0,30 euro per gefietste kilometer onder cao 164. Dat geldt voor maximaal 40 kilometer per dag, heen en terug samen. Woont uw medewerker op 25 kilometer van de zaak en fietst die het volledige traject? Dan vergoedt u nog steeds maar 40 kilometer, niet 50. De rest valt buiten de verplichting van cao 164.
Let op het verschil met sector-cao's. In bepaalde paritaire comités ligt het verplichte bedrag hoger of geldt een ander maximum. We komen daar straks op terug, want net daar gaat het vaak mis.
Dit is het deel dat over geld gaat, uw geld. Want een fietsvergoeding die te hoog is, wordt deels loon, en op loon betaalt u sociale bijdragen en houdt u bedrijfsvoorheffing in.
De FOD Financiën en de RSZ stellen de fietsvergoeding vrij tot een maximum per kilometer. Voor inkomstenjaar 2026 ligt dat plafond op 0,37 euro per kilometer. In 2025 was dat nog 0,36 euro. Blijft u onder die grens, dan is de vergoeding volledig vrij van RSZ en belasting; voor u én voor de werknemer.
Er is ook een jaarplafond. Vanaf 2026 mag de vrijgestelde fietsvergoeding oplopen tot 3.700 euro per jaar per werknemer (in 2025 was dat 3.500 euro). Wie daarboven gaat, ziet het surplus belast worden. Dat plafond raakt u trouwens niet snel met de cao-bedragen: aan 0,30 euro per kilometer en 40 km per dag zit een voltijdse fietser ergens rond 2.400 euro op jaarbasis. Ruim onder het plafond dus.
Het komt erop neer dat het verplichte cao-bedrag van 0,30 euro netjes binnen de vrijstelling van 0,37 euro past. U kunt zelfs iets gulzer zijn dan de wet vraagt zonder dat het u één euro extra patronale last kost. Een mooie manier om medewerkers te belonen die het verkeer mijden.
De formule is recht voor de raap: aantal gefietste kilometers per dag × het aantal effectief gewerkte dagen × het bedrag per kilometer. Geen toeslagen, geen ingewikkelde coëfficiënten.
Neem een bakkerij met negen werknemers in Gent. Eén verkoopster fietst elke werkdag zes kilometer heen en zes kilometer terug, samen twaalf kilometer. Ze werkt gemiddeld twintig dagen per maand. De rekening: 12 km × 20 dagen × 0,30 euro = 72 euro per maand. Op jaarbasis, met vakantie en feestdagen eraf, kom je rond 790 euro uit. Volledig vrij van RSZ en belasting, want ruim onder de 0,37 euro per kilometer en ver onder het jaarplafond.
Tweede voorbeeld, iets groter. Een Carrefour Market in Mechelen telt vier medewerkers die structureel met de fiets komen, gemiddeld acht kilometer enkel. Dat is 16 km per dag, aan 0,30 euro, voor pakweg 21 werkdagen per maand. Per medewerker: 16 × 21 × 0,30 = 100,80 euro per maand. Voor de vier samen ongeveer 403 euro per maand, of bijna 4.840 euro per jaar voor de hele winkel. Een vaste, voorspelbare kost die volledig aftrekbaar is en niets aan sociale lasten meebrengt.
Wat u nog moet bijhouden: alleen de dagen waarop effectief gefietst wordt, tellen. Een medewerker die de helft van de tijd de gsm-melding krijgt dat het regent en dan de auto neemt, krijgt enkel een vergoeding voor de fietsdagen. Daar wringt het bij veel werkgevers, want zonder behoorlijke registratie weet u eigenlijk niet wie wanneer gefietst heeft.
Hier struikelen de meeste werkgevers. Cao 164 is het algemene minimum, maar uw sector kan iets anders bepalen.
In sommige paritaire comités ligt het verplichte bedrag hoger, soms is er een eigen maximumafstand, soms gelden er andere voorwaarden voor elektrische fietsen. De regel is simpel: de sectorale cao primeert op cao 164. Bestaat er een sectorafspraak met een hoger bedrag, dan betaalt u dat hogere bedrag, punt.
Dat vraagt dus dat u weet onder welk paritair comité uw zaak valt. Voor de horeca is dat PC 302, voor de meeste winkels PC 201 of 202, voor de zelfstandige kleinhandel weer een ander. Het loont om dat één keer goed uit te zoeken, want een verkeerd bedrag betalen werkt twee kanten op: te weinig en u riskeert een nabetaling, te veel en het surplus boven 0,37 euro wordt belastbaar loon.
In de praktijk zien we dat de horeca-loonbarema's en de mobiliteitsregels samen vaak één blinde vlek vormen. De lonen worden netjes opgevolgd, de fietsvergoeding blijft jarenlang op een verouderd bedrag staan. En dan komt de inspectie, of een vertrekkende werknemer, en wordt het opeens duur.
Bij Shyfter zien we elke week werkgevers worstelen met dezelfde misverstanden. Eén ervan keert telkens terug: het idee dat de fietsvergoeding optioneel is. Dat is sinds mei 2023 niet meer zo. Niet betalen is geen besparing, het is een uitgesteld risico.
Een tweede klassieker is het bedrag dat blijft hangen op het cijfer van vorig jaar. De indexatie verloopt automatisch elk jaar op 1 januari, maar uw loonadministratie volgt niet vanzelf. We hebben zaken gezien die in 2026 nog altijd 0,27 euro betaalden, het tarief van 2023. Drie jaar achterstand, voor elke fietser, voor elke gewerkte dag. Reken dat eens uit voor een team van acht.
Nog iets wat misloopt: het verwarren van het verplichte cao-bedrag met het maximaal vrijgestelde bedrag. Die twee staan los van elkaar. Cao 164 zegt wat u minstens moet betalen (0,30 euro in 2026). De fiscus zegt tot waar het vrijgesteld blijft (0,37 euro). Werkgevers die denken dat ze 0,37 euro moeten betalen, betalen te veel; werkgevers die denken dat 0,30 euro het maximum is, laten een kans liggen om belastingvrij te belonen.
En tot slot het bewijsprobleem. Wie krijgt de vergoeding, voor hoeveel dagen, over welke afstand? Zonder registratie is dat giswerk. Bij een controle of een discussie achteraf staat u dan met lege handen. Wat we het vaakst aanraden: leg de afstand per medewerker één keer vast en koppel de vergoeding aan de effectief gewerkte dagen uit uw planning.
Net dat laatste, de koppeling tussen wie wanneer gewerkt heeft en wat daar aan vergoedingen tegenover staat, is waar een goed planningssysteem het verschil maakt.
In de personeelsplanning registreert u per medewerker de gewerkte dagen. Daarmee weet u exact op hoeveel fietsdagen iemand recht heeft, zonder handmatig te tellen. Voor zaken in de horeca, waar de uurroosters elke week schuiven, scheelt dat een hoop puzzelwerk op het einde van de maand.
De vergoeding zelf neemt u dan mee in de loonvoorbereiding, samen met andere extralegale voordelen zoals maaltijdcheques. Alles op één plek, één export naar het sociaal secretariaat, geen losse Excel-bestanden die niemand nog bijhoudt.
Een fietsenwinkel in Leuven, vijftien medewerkers, vertelde ons dat de fietsvergoeding vroeger elke maand een apart klusje was: wie kwam met de fiets, hoeveel dagen, welk bedrag. Nu rolt dat gewoon mee uit de planning. Een paar minuten controle, klaar.
Wilt u zien hoe dat voor uw zaak werkt? Vraag een gratis demo aan en we tonen u in twintig minuten hoe Shyfter loonvoorbereiding en vergoedingen vereenvoudigt.
De fietsvergoeding is in 2026 geen gunst maar een plicht. Het basisbedrag uit cao 164 staat op 0,30 euro per kilometer, voor maximaal 40 km heen en terug per dag. Fiscaal en sociaal blijft u vrij tot 0,37 euro per kilometer, met een jaarplafond van 3.700 euro. Check of uw sector een hoger bedrag oplegt, hou het tarief elk jaar up-to-date, en koppel de vergoeding aan de effectief gewerkte dagen. Wie dat ordelijk aanpakt, beloont fietsende medewerkers belastingvrij en vermijdt een dure nabetaling later.
Voor zowat elke werkgever in de privésector wel, sinds 1 mei 2023, via cao nr. 164. De uitzondering: sectoren of bedrijven met een eigen regeling. Bestaat die niet, dan geldt cao 164 en bent u verplicht een vergoeding te betalen aan wie met de fiets naar het werk komt.
Onder cao 164 bedraagt ze 0,30 euro per kilometer vanaf 1 januari 2026, voor maximaal 40 kilometer heen en terug per dag. Uw sector kan een hoger bedrag opleggen; dat heeft dan voorrang.
Voor inkomstenjaar 2026 is de fietsvergoeding vrijgesteld van belasting en RSZ tot 0,37 euro per kilometer, met een jaarplafond van 3.700 euro per werknemer. Wat daarboven gaat, wordt belast als loon.
Ja. De gewone fiets, de elektrische fiets en de speed pedelec komen allemaal in aanmerking voor woon-werkverplaatsingen. Het bedrag per kilometer is hetzelfde.
Dan kan een werknemer de achterstallige vergoeding opeisen, tot vijf jaar terug. Het is dus zinvol om uw situatie na te kijken en, waar nodig, recht te zetten. Een correcte registratie van de gewerkte dagen helpt om het juiste bedrag te bepalen.
Enkel de dagen waarop de werknemer effectief met de fiets naar het werk komt. Wie de helft van de tijd de auto of het openbaar vervoer neemt, krijgt de vergoeding alleen voor de fietsdagen. Daarom is een betrouwbare opvolging van de gewerkte dagen belangrijk.
Bronnen: [Nationale Arbeidsraad - CAO nr. 164](https://www.nar-cnt.be), [FOD Financiën](https://financien.belgium.be), [RSZ](https://www.rsz.fgov.be).