We hebben net een nieuwe functie gelanceerd! Bekijk het nieuwe dashboard.

Vakantiegeld berekenen in België: HR-gids 2026

Door

Salome Mikulinski

HR Marketer & Communication Specialist

Bijgewerkt op

6/5/2026

Eind mei. Op elk loonkantoor in Antwerpen, Gent of Hasselt komt dezelfde vraag terug: wie krijgt wat, en wanneer staat het op de rekening? Het vakantiegeld blijft een van de meest verkeerd begrepen onderdelen van de Belgische loonadministratie. Enkel of dubbel, bediende of arbeider, RJV of werkgever: de regels lopen door elkaar. En een fout merk je snel, want hij raakt rechtstreeks de portefeuille van je werknemer.

De wettelijke basis past op twee teksten: het KB van 30 maart 1967 voor bedienden, en de gecoördineerde wetten over de jaarlijkse vakantie voor arbeiders. Wat verschilt, is wie betaalt en hoe. De rest is rekenwerk.

Bij Shyfter zien we het vaak in horecazaken en winkels: zodra een medewerker vertrekt, gaat de berekening van het vertrekvakantiegeld in de soep. Niet uit slechte wil; gewoon omdat de regels zich opstapelen. Deze gids overloopt alles, met cijfers en met de gevallen die we in de praktijk tegenkomen.

Wat is vakantiegeld in 2026 precies?

Vakantiegeld is de vergoeding die een werknemer krijgt tijdens zijn verlof. In België bestaat het uit twee delen: het enkel vakantiegeld, dat overeenkomt met het normale loon dat doorbetaald wordt op verlofdagen, en het dubbel vakantiegeld, een aanvulling van ongeveer 92% van een maandloon. Dat dubbel wordt één keer per jaar betaald, doorgaans in mei of juni.

De regels lopen niet voor iedereen gelijk. Een bediende krijgt zijn vakantiegeld rechtstreeks van de werkgever. Een arbeider ontvangt het via de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV), gefinancierd door een RSZ-bijdrage van de werkgever. Dat dubbele systeem is geen relikwie; het zit nog steeds vervat in artikel 38 van de RSZ-wet. Het is het belangrijkste verschilpunt tussen beide statuten op vlak van loon.

Eén waarschuwing vooraf. Sinds de wet van 26 december 2013 over het eenheidsstatuut bestaat er voor ex-arbeiders die bediende werden een overgangsregeling. Daar zit historisch de grootste foutenbron. We komen erop terug.

Bediende of arbeider: waarom de berekening verschilt

Het statuutverschil is door de harmonisatie van 2014 niet weggewerkt op het vlak van vakantiegeld. Het blijft staan, en het bepaalt nog altijd wie wat doet.

Voor bedienden rekent en betaalt de werkgever zelf. Basis: het brutoloon van de betalingsmaand, meestal mei, met de regels van het KB van 30 maart 1967. De werkgever houdt 13,07% RSZ-werknemersbijdrage in op het enkel vakantiegeld, en past een specifieke bedrijfsvoorheffing toe op het dubbel.

Voor arbeiders is het anders. De werkgever stort 15,38% bijdrage aan de RJV op het brutoloon van het vakantiedienstjaar (verhoogd met 8%). De werknemer krijgt één betaling, in mei of juni, die zowel het enkel als het dubbel vakantiegeld dekt. Bron: rjv.fgov.be, barema's voor het vakantiejaar 2026.

Wat veel mensen vergeten. Vakantiedagen worden opgebouwd op basis van het vorige jaar. Een arbeider die in januari 2025 begon en nog in dienst is in mei 2026, krijgt zijn vakantiegeld berekend op zijn prestaties van 2025. Niet 2026. Het vakantiedienstjaar (2025) en het vakantiejaar (2026) zijn twee verschillende dingen, en die verwarring kost loonkantoren veel uitleg.

Het enkel vakantiegeld: stap voor stap

Een concreet voorbeeld. Een bistro in de Bourlastraat in Antwerpen, achttien couverts. Sofie werkt er als zaalmedewerker, paritair comité 302, voltijds, brutoloon van 2 650 euro per maand. Ze neemt vier weken verlof in juli 2026.

Per verlofdag krijgt Sofie haar gewone loon doorbetaald: dat is het enkel vakantiegeld. Praktisch verandert er niets op haar loonbrief. De werkgever boekt die dagen gewoon als "betaald verlof" in plaats van "prestaties". Voor de zaakvoerder is de kost identiek aan een gewone werkmaand.

Bij deeltijdse contracten wordt het minder evident. Een van onze klanten in Gent, een retailketen met vier winkels, leerde dat op de harde manier. Yasmine werkt vier dagen op vijf in de filiaal aan de Veldstraat. Ze heeft geen recht op twintig dagen verlof, maar op zestien. Het barema rekent pro rata: zestien dagen voor een 4/5, twaalf dagen voor een 3/5, en zo verder. Het KB van 30 maart 1967 voorziet de regel zwart op wit, maar in kleinere zaken die nog met Excel werken, gaat het vaak fout.

En als Sofie midden in het jaar vertrekt? Dan moet de werkgever vertrekvakantiegeld betalen. Daarover meer verderop. De algemene regel: het wordt berekend zoals het normale vakantiegeld, maar uitbetaald bij het einde van de overeenkomst in plaats van in mei van het volgende jaar.

Het dubbel vakantiegeld: de 92%-regel

Het dubbel vakantiegeld is waar het echt om gaat financieel. Voor een voltijdse bediende die het volledige vakantiedienstjaar gewerkt heeft, bedraagt het 92% van het brutoloon van de betalingsmaand. Bovenop het normale loon van die maand.

Terug naar Sofie. 2 650 euro bruto in mei 2026, in dienst sinds 1 januari 2025, dus twaalf volle maanden in het vakantiedienstjaar. Haar dubbel vakantiegeld 2026: 2 650 × 0,92 = 2 438 euro. Dat bedrag komt bovenop haar gewone loon van mei. Totaal bruto in mei: 2 650 + 2 438 = 5 088 euro. Na RSZ op het enkel deel en specifieke voorheffing op het dubbel, komt er netto ongeveer 4 050 euro op haar rekening. Ze ziet het snel verdwijnen; meestal vertrekken ze net daarna op vakantie.

Tweede voorbeeld. Een verkoopster in een apothekersketen met drie winkels in Limburg, PC 313, brutoloon 3 100 euro, in dienst sinds juni 2024. Voor haar vakantiegeld 2026, berekend op het volledige jaar 2025, telt ze twaalf volle prestatiemaanden. Haar dubbel vakantiegeld bedraagt 3 100 × 0,92 = 2 852 euro. Op haar loonbrief van mei staat dus een dubbele lijn, met een afzonderlijke bijzondere voorheffing.

Wat we vaak zien vergeten. Variabele premies, commissies, bonussen op doelstellingen: die horen in principe in de berekeningsbasis van het dubbel vakantiegeld. Een filiaalverantwoordelijke die in 2025 voor 4 000 euro aan commissies kreeg, moet die pro rata terugzien in zijn vakantiegeld 2026. Veel sociale secretariaten missen dit als de cijfers niet correct doorgegeven worden.

Voor arbeiders zit het dubbel vakantiegeld vervat in de uitbetaling door de RJV, ter waarde van ongeveer 7,99% van het brutoloon van het vorige jaar (verhoogd met 8%).

Vertrekvakantiegeld: de meest gemaakte fout in kmo's

Wanneer een werknemer vertrekt, om welke reden ook, moet de werkgever het vakantiegeld regelen voor de dagen die nog niet opgenomen of nog niet betaald werden. Dat heet het vertrekvakantiegeld.

Voor een bediende gebeurt het in twee stappen. Eerst een vervroegd vakantiegeld: 15,34% op het cumulatieve brutoloon van het lopende jaar. Daarna een vertrekvakantiegeld voor het vakantiedienstjaar, eveneens 15,34%. De werknemer krijgt deze bedragen via zijn vakantieattest, dat hij meeneemt naar zijn nieuwe werkgever. Die laatste trekt dan het reeds betaalde vakantiegeld af van zijn eigen berekening.

Onze ervaring uit de praktijk. Net daar gaat het mis. De nieuwe werkgever past de aftrek verkeerd toe, de werknemer zit met een halfslachtig vakantiegeld, en de zaak belandt bij het sociaal secretariaat. De fout komt bijna altijd voort uit een verkeerde lezing van het attest.

Een voorbeeld. Een barman in een Brugse brouwerij, brutoloon 2 350 euro, neemt eind maart 2026 ontslag na veertien maanden dienst. Op de drie gepresteerde maanden in 2026 verdiende hij 3 × 2 350 = 7 050 euro. Zijn vervroegd vakantiegeld bedraagt 7 050 × 15,34% = 1 081 euro. Daarbij komt het vertrekvakantiegeld voor 2025, berekend op het volledige jaar: ongeveer 4 328 euro. Beide bedragen verschijnen op zijn eindafrekening.

RSZ en bedrijfsvoorheffing: wie houdt wat in?

Vakantiegeld is geen pure netto. Verschillende inhoudingen passeren.

Op het enkel vakantiegeld van een bediende: 13,07% RSZ-werknemer, net als op een gewoon loon. Geen bijzondere voorheffing.

Op het dubbel vakantiegeld van een bediende: geen RSZ-werknemer in de eerste schijf (ongeveer 92% van een maandloon), maar wel een verhoogde bedrijfsvoorheffing. De barema's voor 2026 voorzien tarieven tussen 17,16% en 53,50% naargelang het bruto jaarloon. Voor Sofie, op 2 650 euro per maand, ligt het tarief op het dubbel rond de 36,76%.

Voor de werkgever telt vooral de patronale RSZ. Die zit bij bedienden volledig vervat in het loon, ook in het vakantiegeld. Voor arbeiders wordt 15,38% gestort aan de RJV. Bron: rsz.fgov.be, barema's eerste kwartaal 2026.

Eenheidsstatuut: de overgangsregeling die nog tot 2030 nawerkt

Vooraleer we afsluiten, even één punt waar wij in onze gesprekken met loonverantwoordelijken nog vaak op stoten: het eenheidsstatuut van 2014.

Werknemers die voor 2014 als arbeider werkten en daarna bediende zijn geworden, vallen onder een overgangsregeling. Hun vakantiegeld wordt deels door de RJV betaald (op basis van prestaties als arbeider), deels door de werkgever (op basis van prestaties als bediende). Dat geeft soms vreemde uitsplitsingen op de loonbrief, met twee aparte lijnen voor enkel vakantiegeld en twee voor dubbel.

Concreet. Een chef-kok in Mechelen, sinds 2009 werkzaam bij dezelfde brasserie, was tot 2014 arbeider en daarna bediende. Voor zijn vakantiegeld 2026 ontvangt hij eerst een betaling van de RJV op basis van zijn vroegere arbeidersjaren, plus een rechtstreekse betaling van zijn werkgever voor de periode 2014-2025. Die overgangsregeling loopt nog tot 2030 voor de meeste gevallen. Daarna verdwijnt het verschil definitief voor deze groep.

Hoe Shyfter de berekening vereenvoudigt

Eerlijk gezegd: vakantiegeld is geen onderwerp dat een planningstool magisch oplost. De berekening blijft het werk van het sociaal secretariaat. Wat we wel kunnen doen, is zorgen dat de input klopt.

Met Shyfter Tijdregistratie krijg je een exacte registratie van gepresteerde uren, verlof, ziekte en variabele toeslagen per werknemer. Die data wordt rechtstreeks geëxporteerd naar je sociaal secretariaat (Acerta, Securex, Liantis, SD Worx). Geen Excel meer, geen handmatige optellingen die in mei tot foute vakantiegeldberekeningen leiden.

Voor zaakvoerders die een uurrooster opstellen voor een team van vijftien tot zestig mensen, zit de winst vooral in transparantie. Een medewerker die zijn verlof aanvraagt via de gsm-app, ziet meteen hoeveel dagen hij nog over heeft. De zaakvoerder ziet wat het gaat kosten. Het sociaal secretariaat ziet correcte data.

Dat is de logica achter onze personeelsplanning: elke gepresteerde of niet-gepresteerde dag voedt automatisch de payroll-export. In horeca en retail, waar marges krap zijn, scheelt dat vaak één voltijdsequivalent aan administratie per jaar.

FAQ vakantiegeld 2026

Hoeveel bedraagt het dubbel vakantiegeld in 2026?

Voor een voltijdse bediende die het volledige vakantiedienstjaar 2025 gewerkt heeft: 92% van het brutoloon van de betalingsmaand. Voor een bediende met 2 650 euro bruto: 2 438 euro dubbel vakantiegeld.

Wanneer wordt het dubbel vakantiegeld uitbetaald?

Doorgaans in mei, soms in juni. De werkgever bepaalt de exacte datum. Voor arbeiders gebeurt de RJV-betaling tussen 2 mei en 30 juni.

Telt een ziektedag mee voor de opbouw van vakantiegeld?

Gedeeltelijk. De eerste twaalf maanden van arbeidsongeschiktheid worden gelijkgesteld met effectieve prestaties voor de berekening van vakantiegeld. Daarna stopt de gelijkstelling.

Wat met deeltijdse werknemers?

De berekening gebeurt pro rata van het gepresteerde regime. Een 4/5 levert vier vijfden van een voltijds vakantiegeld op. Het percentage van 92% blijft, alleen de basis (het maandloon) is lager.

Wat als ik vergeten ben de bonussen mee te geven aan het sociaal secretariaat?

Dan moet je een correctie aanvragen. Variabele premies horen in de berekeningsbasis van het dubbel vakantiegeld. Wacht niet tot juli; hoe later, hoe ingewikkelder.

Vakantiegeld voor flexi-jobbers?

Flexi's hebben recht op een specifiek flexivakantiegeld van 7,67% op hun brutoloon, te betalen samen met elk loon. Geen klassiek dubbel vakantiegeld dus.

Op een rij

Het vakantiegeld blijft een berekening met meerdere lagen, en het verschil tussen bediende en arbeider is daar de kern van. De sleutel is goede data: gepresteerde uren, variabele premies, verlof opgenomen, contracttype. Die input bepaalt of de berekening klopt of niet.

Vraag een gratis demo aan en ontdek hoe Shyfter je tijdregistratie en payroll-export koppelt aan je sociaal secretariaat. Geen Excel meer in mei. Geen telefoontjes van werknemers met vragen over hun loonbrief. Gewoon correcte cijfers, op tijd.

Icône Shyfter

Klaar om uw HR-beheer te transformeren?

Shyfter is veel meer dan een eenvoudige planningstool. Het is een complete personeelsbeheer software en HR-management oplossing, ontworpen om uw workforce management te vereenvoudigen en u kostbare tijd te besparen.