
Vrijdagavond, 19 uur. Een bestand met zeven tabbladen staat open, één per medewerker, en drie cellen kleuren rood omdat iemand 25:30 heeft ingetikt. De zaakvoerder telt na met zijn gsm, corrigeert twee pauzes uit het hoofd en mailt alles door naar het sociaal secretariaat. Dat loopt jarenlang goed, tot een inspecteur vraagt naar de uren van maart twee jaar eerder.
Hieronder staat een urenregistratie in Excel die wél standhoudt: een ingevulde week, de formules die erachter zitten, en de vier Belgische regels waar de meeste sjablonen uit Nederland geen rekening mee houden.
Zes kolommen volstaan. Datum, begin, einde, pauze, gewerkte tijd en een decimale weergave voor de loonverwerking. Alles daarboven is versiering.
Die kolom pauze is geen detail. De FOD Werkgelegenheid laat toe dat u geen papieren afwijkingsdocument bijhoudt voor uw deeltijdse medewerkers, maar koppelt daar één voorwaarde aan: er moet een systeem bestaan dat per dag het begin en het einde van de prestaties registreert, én de rustpauzes. Laat u die kolom weg, dan valt de vrijstelling weg en moet u het afwijkingsdocument alsnog invullen, voor elke afwijking, vooraf.
Dat raakt veel meer bedrijven dan men denkt. Volgens Statbel werkte in 2025 28,1 procent van de Belgische loontrekkenden deeltijds, bij vrouwen zelfs 41,4 procent. In de horeca en de schoonmaak ligt dat aandeel nog hoger. Een winkel met acht mensen heeft er bijna altijd drie in een variabel uurrooster zitten.
Wat men vaak vergeet: het bestand moet raadpleegbaar zijn op elke arbeidsplaats. Een map op de laptop van de boekhouder in een ander gebouw voldoet niet. En het moet vijf jaar bewaard blijven, gerekend vanaf het einde van het kwartaal waarin de laatste verplichte vermelding werd genoteerd.
Hieronder een échte week, geen leeg raster. Een barista in een koffiezaak aan het Gentse Sint-Pietersplein, zes shifts, met de pauzes al afgetrokken.
| Dag | Begin | Einde | Pauze | Gewerkt (u:mm) | Decimaal |
| Maandag | 09:00 | 17:30 | 0:30 | 8:00 | 8,00 |
| Dinsdag | 09:00 | 18:15 | 0:45 | 8:30 | 8,50 |
| Woensdag | 12:00 | 20:00 | 0:30 | 7:30 | 7,50 |
| Donderdag | 09:00 | 17:00 | 0:30 | 7:30 | 7,50 |
| Vrijdag | 09:00 | 18:00 | 0:30 | 8:30 | 8,50 |
| Zaterdag | 11:00 | 16:00 | 0:00 | 5:00 | 5,00 |
| Totaal | 2:45 | 45:00 | 45,00 |
De formules erachter zijn kort. Vier volstaan voor het hele blad.
| Cel | Formule | Wat ze doet |
| E2 | `=C2-B2-D2` | einde min begin min pauze |
| F2 | `=E2*24` | zet de tijdwaarde om in een decimaal getal |
| E8 | `=SOM(E2:E7)` | telt de week op |
| G8 | `=ALS(F8>38;F8-38;0)` | isoleert de uren boven de 38 |
Nu de valstrik waar bijna iedereen intrapt. Zet u de cel E8 op het standaardformaat `u:mm`, dan springt uw weektotaal van 45:00 naar 21:00 zodra het de 24 uur passeert, want Excel begint gewoon opnieuw te tellen. Het juiste celformaat is `[u]:mm`, met de vierkante haken. Eén keer instellen, en de fout die elk kwartaal terugkomt is weg.
Een tweede aandachtspunt: nachtprestaties. Wie om 22:00 begint en om 05:00 stopt, krijgt met `=C2-B2-D2` een negatieve waarde en een cel vol hekjes. Gebruik dan `=ALS(C2<B2;C2+1-B2-D2;C2-B2-D2)`. Kopieer die formule meteen over het hele blad, ook al werkt u vandaag nog niet ’s nachts.
De barista hierboven zit op 45 uur. De wettelijke grens ligt in België op 38 uur per week, dus er staan zeven uren boven de norm. Bij een brutoloon van 16,00 EUR per uur betekent dat 7 x 16,00 x 0,5 = 56,00 EUR overloon bovenop het gewone loon. Reken daar 24,92 procent patronale bijdragen bij en u komt op 69,96 EUR reële meerkost voor die ene week.
Acht euro toeslag per overuur lijkt weinig. Vermenigvuldig die ene week met vier medewerkers en twaalf maanden en u zit aan 3 358 EUR die nergens gebudgetteerd stond. De volledige rekenmethode, inclusief de inhaalrust en de grenzen per kwartaal, staat in onze gids over overuren berekenen in België.
Dan de decimalen. Uw sociaal secretariaat wil 8,50 zien, geen 8:30. Die twee zien er verwarrend gelijkaardig uit en dat is precies het probleem: 8:45 wordt 8,75 en niet 8,45. Elke keer dat iemand handmatig overtikt, sluipt daar een fout in. De omrekentabel en de logica erachter hebben we apart uitgeschreven in decimalen naar minuten omrekenen.
Bij Shyfter zien we die twee fouten samen opduiken in bijna elk Excel-bestand dat klanten ons tijdens de onboarding laten zien. Niet omdat de zaakvoerder slordig is. Omdat een tabel nooit waarschuwt.
Hier wordt het concreet. Neem een poetsbedrijf in Zaventem met 34 medewerkers, waarvan er 21 deeltijds werken in een variabel uurrooster. Geen afwijkingsdocument, geen elektronische registratie van de pauzes, alleen een Excel-bestand dat achteraf werd ingevuld.
Bij een controle geldt dan het vermoeden van artikel 22ter van de RSZ-wet: de deeltijdse werknemer wordt verondersteld voltijds te hebben gewerkt. Dat vermoeden is weerlegbaar, maar u moet het weerleggen, en een bestand dat achteraf is ingetikt overtuigt zelden. Voor één poetsvrouw van 20 uur per week aan 16,00 EUR bruto loopt de rekening zo:
| Post | Deeltijds (20 u) | Voltijds (38 u) |
| Uren per maand | 86,67 | 164,67 |
| Brutoloon per maand | 1 386,72 EUR | 2 634,72 EUR |
| Verschil in bruto | 1 248,00 EUR | |
| Bijdragen (24,92 % + 13,07 %) | 474,12 EUR | |
| Per kwartaal, per werknemer | 1 422,36 EUR |
Eén werknemer, één kwartaal, 1 422 EUR. Vermenigvuldig dat met 21.
Daar bovenop komt de strafrechtelijke kant. Sinds 1 september 2026 staat een inbreuk van niveau 2 op 500 tot 5 000 EUR strafrechtelijke boete of 250 tot 2 500 EUR administratieve boete, te vermenigvuldigen met het aantal betrokken werknemers, met een plafond van honderd. Het niet beschikbaar of niet bewaard houden van het controledocument valt in die categorie.
En vanaf 2027 verandert het speelveld opnieuw voor een deel van de sectoren. Wat er precies op tafel ligt, hebben we uitgesplitst in het artikel over de verplichte tijdregistratie vanaf 2027.
Niet op dag één. Een bakkerij met twee winkels in Leuven en negen medewerkers houdt het perfect vol met een tabblad per maand. De kantelpunten die we in de praktijk zien, zijn deze:
Vanaf dat punt betaalt u het bestand niet in licenties maar in uren. Drie kwartier per week natellen en corrigeren is 32 uur per jaar, en dat is de tijd van de zaakvoerder, niet van een stagiair.
Het verschil met een digitaal systeem zit niet in de tabel zelf. Het zit in het moment van registratie. Een medewerker die bij aankomst inklokt op een tikklok met pincode en foto levert een tijdstip op dat niemand achteraf herschrijft, inclusief pauzes, en dat is precies wat de FOD vraagt om u van het afwijkingsdocument te ontslaan. De registratie loopt daarna rechtstreeks door naar de loonvoorbereiding via de module tijdregistratie, zonder het overtikmoment waar de decimalenfouten ontstaan.
Wilt u zien hoe uw eigen week eruitziet zodra de uren zichzelf invullen? Vraag een gratis demo aan en neem gerust uw huidige Excel-bestand mee, dan vergelijken we de twee naast elkaar.
Ja. De wet legt geen bepaald systeem op, ze legt een resultaat op: de prestaties moeten aantoonbaar en controleerbaar zijn. Een Excel-bestand voldoet zolang het per dag het begin, het einde en de rustpauzes bevat, op elke arbeidsplaats raadpleegbaar is en vijf jaar wordt bewaard. Het knelpunt is zelden het formaat, wel de vraag of het bestand op het moment zelf werd ingevuld.
Vijf jaar. De termijn begint te lopen vanaf het einde van de maand die volgt op het kwartaal waarin de laatste verplichte vermelding werd genoteerd. Een bestand van het eerste kwartaal van 2026 moet dus tot midden 2031 beschikbaar blijven, in een vorm die een inspecteur kan openen.
De basisformule is `=C2-B2-D2`, met het einduur in kolom C, het beginuur in kolom B en de pauze in kolom D. Zet de cel op het formaat `[u]:mm`, anders herstart uw weektotaal vanaf 24 uur. Voor een decimale weergave vermenigvuldigt u het resultaat met 24.
Zodra iemand de uren achteraf invult in plaats van op het moment zelf, verliest het bestand zijn bewijswaarde. In de praktijk gebeurt dat rond vijftien medewerkers of vanaf een tweede vestiging. Werkt u met deeltijdse medewerkers in een variabel uurrooster, dan is het omslagpunt nog vroeger, omdat het vermoeden van voltijdse tewerkstelling dan zwaar doorweegt.