
Een medewerker komt naar u toe. Zijn partner is net bevallen, en hij vraagt hoeveel dagen hij nu mag opnemen. Kort antwoord: twintig. Sinds 1 januari 2023 heeft elke werknemer in België recht op 20 dagen geboorteverlof bij de geboorte van een kind. De eerste drie dagen betaalt u als werkgever het volledige loon door. De resterende zeventien dagen worden vergoed door het ziekenfonds, aan 82% van het brutoloon (begrensd). Het verlof mag opgenomen worden binnen vier maanden na de bevalling, in één keer of gespreid.
Dat is de essentie. Maar er zit meer achter, en de details zijn precies waar het bij de planning misloopt. In dit artikel zetten we alles op een rij: de exacte cijfers voor 2026, wie recht heeft, hoe de betaling verloopt, wat er anders is voor zelfstandigen, en hoe u de aanvraag praktisch organiseert zonder uw uurrooster in de war te sturen.
De term die de meeste mensen nog gebruiken is "vaderschapsverlof". Officieel spreekt de wetgever sinds enkele jaren van "geboorteverlof". Die naamswijziging is niet zomaar cosmetica. Ze maakt duidelijk dat het recht niet alleen aan de biologische vader toekomt, maar ook aan de meeouder, dus de partner van de moeder die juridisch als co-ouder erkend is.
Concreet betekent dit: wie op het moment van de geboorte gehuwd is met of wettelijk samenwoont met de moeder, kan het verlof opnemen. Ook zonder die band kan het recht ontstaan, op voorwaarde dat er sprake is van afstamming. Het gaat dus om de rol, niet om het geslacht.
Voor u als werkgever verandert dat weinig aan de administratie. Het recht blijft hetzelfde, ongeacht wie het opneemt. Maar het is goed om te weten, want de vraag "geldt dit ook voor mijn vrouwelijke medewerker wiens partner net bevallen is?" komt vaker dan u denkt. Het antwoord is ja.
Twintig dagen. Dat aantal ligt vast voor elke geboorte vanaf 1 januari 2023.
Even de geschiedenis, want die verklaart de verwarring op de werkvloer. Lang bleef het aantal steken op tien dagen. Voor geboortes vanaf 1 januari 2021 ging het naar vijftien. En vanaf 2023 dus naar twintig. Wie het nog over "die tien dagen van vroeger" heeft, zit twee hervormingen achter.
U mag die dagen niet zomaar afronden naar een aantal weken. Het gaat om 20 werkdagen, op te nemen binnen vier maanden vanaf de dag van de bevalling. De werknemer kiest zelf hoe hij ze spreidt. Alles in één blok net na de geboorte? Kan. Een paar dagen bij de geboorte en de rest later, bijvoorbeeld rond het einde van het moederschapsverlof van de partner? Ook prima. U kunt dat als werkgever niet weigeren, al mag u wel vragen om een redelijke afspraak over de timing.
Die vier maanden zijn belangrijker dan ze lijken. We zien bij Shyfter geregeld dat medewerkers hun laatste dagen bijna vergeten, en dan alsnog op de valreep vijf dagen willen opnemen in een drukke maand. Wie het verlof mee in het planningssysteem zet zodra de geboorte gemeld is, vermijdt dat soort verrassingen.
Het recht is ruim. Het geldt voor werknemers uit de privésector, ongeacht of ze voltijds of deeltijds werken, en ongeacht het type contract. Ook een medewerker met een contract van bepaalde duur of een uitzendkracht kan het opnemen, zolang de arbeidsrelatie loopt op het moment dat het verlof wordt genomen.
Om recht te hebben, moet aan één van deze voorwaarden voldaan zijn:
Wat vaak vergeten wordt: het geboorteverlof staat volledig los van het ouderschapsverlof. Het zijn twee aparte rechten, met een eigen duur, eigen vergoeding en een eigen aanvraag. Een medewerker kan dus eerst zijn 20 dagen geboorteverlof opnemen, en later, wanneer het kind ouder is, ook nog ouderschapsverlof aanvragen. Voor de planning telt u die dus niet samen, u behandelt ze apart.
Hier zit de nuance die het vaakst voor vragen zorgt. De betaling verloopt in twee fases.
De eerste drie dagen behoudt de werknemer zijn volledige loon, en dat betaalt u als werkgever. Net zoals bij een gewone werkdag, met de gebruikelijke inhoudingen. Dat lijkt op het principe van het gewaarborgd loon, al gaat het hier om een aparte regeling.
Vanaf de vierde dag verandert het plaatje. De werknemer krijgt dan geen loon meer van u, maar een uitkering van het ziekenfonds. Die uitkering bedraagt 82% van het gederfde brutoloon, met een plafond. En dat plafond is precies waar u de cijfers voor 2026 moet kennen.
Volgens het RIZIV bedraagt het maximumbedrag van die dagvergoeding 148,53 euro per dag tussen 1 januari en eind februari 2026, en 153,17 euro per dag vanaf 1 maart 2026. Die bedragen gelden voor een zesdagenweek en worden pro rata aangepast aan het effectieve werkregime. Voor een goedverdienende medewerker betekent dat plafond dat de 82% in de praktijk lager kan uitvallen dan verwacht, iets wat u het best vooraf uitlegt om ontgoocheling te vermijden.
Een voorbeeld uit de praktijk. Bij een Antwerpse brasserie met 22 personeelsleden nam een kok vorig jaar zijn volledige 20 dagen op, verspreid over twee maanden. De eerste drie dagen liepen gewoon door op de loonbrief van de zaak. Voor de zeventien resterende dagen regelde hij zelf de uitkering via zijn ziekenfonds. De uitbater moest niets voorschieten, maar moest wel zijn planning herschikken, want die kok stond normaal vier avonden per week in de keuken.
Zelfstandigen zijn niet vergeten in de regeling, al werkt het anders. Ook een zelfstandige papa of meeouder heeft recht op geboorteverlof, met een maximum van 20 dagen, of 40 halve dagen als hij het liever opsplitst.
De vergoeding komt niet van een werkgever, maar van het sociaal verzekeringsfonds. Volgens het RSVZ gaat het om 105,60 euro per volledige verlofdag en 52,80 euro per halve dag. Het fonds betaalt dat bedrag in één keer uit, doorgaans op het einde van de maand die volgt op het einde van het verlof. Wie minder dagen opneemt dan het maximum, kan onder bepaalde voorwaarden nog aanvullende steun krijgen via dienstencheques.
Dit is relevanter voor uw zaak dan het lijkt. Veel horeca- en retailondernemers werken samen met zelfstandige extra's of met een zelfstandige zaakvoerder-partner. Kent u die regeling, dan kunt u realistisch inschatten hoe lang zo iemand wegvalt, en wanneer.
De aanvraag is niet ingewikkeld, maar de volgorde telt.
Klinkt overzichtelijk. In de praktijk struikelt het vaak over de communicatie, niet over de papieren. De medewerker weet niet altijd dat hij zelf naar het ziekenfonds moet stappen, en gaat ervan uit dat "de baas dat wel regelt". Een korte, duidelijke uitleg bij de eerste melding scheelt u een hoop heen-en-weer via gsm en mail.
En dan komt het deel dat op papier zelden staat: hoe houdt u de winkel of de zaak draaiende terwijl iemand twintig dagen wegvalt, verspreid over vier maanden?
Bij Shyfter zien we dat dit zelden een probleem is van te weinig personeel. Het is bijna altijd een probleem van zicht. Een gerant weet wel dat medewerker X binnenkort vader wordt, maar niet exact welke dagen wegvallen, tot de dag zelf. Zo ontstaan gaten in het uurrooster die op het laatste moment gevuld moeten worden, vaak met dure oplossingen.
Neem een West-Vlaamse bakkerijketen met drie winkels en 40 medewerkers. Toen daar op korte tijd twee jonge vaders hun geboorteverlof opnamen, botste de zaakvoerder telkens op hetzelfde: de dagen waren wettelijk in orde, maar de bezetting in de vroege shift niet. Pas toen de geplande verlofdagen zichtbaar werden naast alle andere afwezigheden, kon hij de weekends anders invullen. Dat is precies waar een planningstool het verschil maakt: niet in de wetgeving, wel in het overzicht.
Wat helpt, is het geboorteverlof behandelen zoals u feestdagen of andere gekende afwezigheden behandelt: vroeg inplannen, zichtbaar maken voor het hele team, en de vervanging tijdig regelen. Wie zijn afwezigheidsbeheer digitaal doet, ziet in één oogopslag hoeveel dagen al opgenomen zijn en hoeveel er nog resten binnen de termijn van vier maanden. Dat werkt trouwens net zo voor langere formules zoals tijdskrediet of het klein verlet bij een huwelijk of overlijden.
De fout die we het vaakst tegenkomen? Het verlof pas registreren op de dag dat het begint. Dan is elke marge om te schuiven al weg.
Met Shyfter beheert u planning, pointage en afwezigheden op één plek, afgestemd op de Belgische regels. Wilt u zien hoe het geboorteverlof van uw team automatisch in uw uurrooster verschijnt? Vraag een gratis demo aan en we tonen het u op uw eigen situatie.
Twintig dagen, voor elke geboorte vanaf 1 januari 2023. Die dagen neemt u op binnen vier maanden na de bevalling, in één keer of gespreid.
Niet helemaal. De eerste drie dagen betaalt de werkgever uw volledige loon. Vanaf de vierde dag krijgt u een uitkering van het ziekenfonds ter waarde van 82% van uw brutoloon, met een dagplafond van 148,53 euro (jan-feb 2026) en 153,17 euro vanaf 1 maart 2026.
Ja. Het recht geldt voor de vader én voor de meeouder, dus de partner die gehuwd of wettelijk samenwonend is met de moeder, of aan de voorwaarde van drie jaar samenwonen voldoet.
Nee. Het is een wettelijk recht. De werkgever kan de opname niet weigeren, al mag u samen wel een redelijke afspraak maken over de precieze dagen.
Een zelfstandige krijgt maximaal 20 dagen (of 40 halve dagen), met een uitkering van 105,60 euro per volledige dag en 52,80 euro per halve dag, uitbetaald door het sociaal verzekeringsfonds.
Nee, het zijn twee losse rechten. Geboorteverlof neemt u kort na de geboorte op. Ouderschapsverlof komt later en heeft een eigen duur en vergoeding.
Bronnen: FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (werk.belgie.be); RIZIV (bedragen en loonplafonds); RSVZ (uitkering zelfstandigen). Cijfers gecontroleerd op 8 juli 2026.